De beslissing om de maximumsnelheid op de snelweg te verhogen is niet genomen op basis van inhoudelijke argumenten. Dat concluderen studenten en docenten Verkeerskunde in een door KIVI NIRIA georganiseerde discussie.
‘Harder waar het kan, langzamer waar het moet.’ Dat is de mantra die minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu in de Tweede Kamer en voor televisiecamera’s blijft herhalen.
Vanaf september verhoogt ze op veel snelwegen de maximumsnelheid naar 130 km/h en rond steden van 80 naar 100 km/h. Sommige wegen krijgen overdag een andere snelheidsgrens dan ’s nachts.
Er is wat voor te zeggen. De auto geeft ons het ultieme gevoel van vrijheid. Voorzien van perfecte climate control en sublieme stereomuziek zoeven we van A naar B, wanneer we maar willen. Daarbij past de wens van steeds sneller, die de VVD in het regeerakkoord heeft gezet. Auto’s worden immers ook steeds beter en veiliger.
Dat tegelijkertijd de snelheidsverschillen tussen vlotte weggebruikers en vrachtwagens steeds groter worden en de reactietijden steeds korter, dat staat er niet bij.
VRIJHEID
Deze argumenten komen vanaf het begin ook in de door KIVI NIRIA georganiseerde discussie naar voren. ‘Harder rijden is voor mij een vorm van vrijheid’, verwoordt NHTV-docent Rien Smalheer het VVD-standpunt.
Vrolijk, maar gedecideerd gaat zijn collega Ruud Hornman er tegenin: ‘Het idee is populistisch en eigenlijk ook volksverlakkerij. Voor een paar procent tijdwinst zetten we de veiligheid en het milieu op het spel.’
Hornman rekent het nog even voor: op de rit van Den Helder naar Maastricht scheelt het 12 min als een automobilist het gaspedaal iets verder intrapt. Bovendien lukt het op veel stukken helemaal niet om 130 km/h te halen, omdat het vaak veel te druk is.
Anders is dat in een land als Canada, waar ir. Jan Ploeger van de KIVI NIRIA-afdeling Verkeer en Vervoer onlangs op vakantie was. ‘Toch mag je daar in het hele land maar 100 km/h en niemand die zich er druk over maakt. Men is daar veel relaxter.’
VEILIGHEID
Een belangrijk aspect van de discussie is de veiligheid. De auto’s van tegenwoordig zijn zo goed dat automobilisten zich soms onaantastbaar wanen. Ploeger: ‘Het veiligheidsbesef van mensen klopt niet.’
‘Maar wat maakt het voor de veiligheid uit of iemand 120 of 130 km/h rijdt?’, vraagt een student zich hardop af. Ploeger: ‘Een klein lesje natuurkunde: kinetische energie gaat kwadratisch omhoog met de snelheid. Als je remt of botst, moet je dat allemaal kwijtraken.’ Dus 10 % sneller betekent ruim 20 % meer energie – een beetje sneller is veel gevaarlijker. En daar komt nog bij dat de tijd die je hebt om in te grijpen omlaag gaat en de remweg omhoog schiet.
Wat wellicht het meeste gevaar oplevert, zijn de grotere snelheidsverschillen met vrachtwagens. Dat is de belangrijkste bron voor extra ongelukken, stellen de aanwezige docenten Verkeerskunde eensgezind. Die ongevallen leiden op hun beurt natuurlijk tot opstoppingen en files – daar gaat de beloofde tijdwinst.
Een onverwachte overweging klinkt uit de mond van een student: ‘Door die hogere snelheden durven oude mensen niet meer de snelweg op. Maar die is toch voor iedereen?’
BIJDRAGE AAN DEBAT (KADER)
Hoe hard je mag rijden op de snelweg, is echt een onderwerp waar iedereen in de kroeg een mening over heeft. Maar de snelheidsverhoging is ook een politieke keuze, waar de hele maatschappij profijt of last van heeft. Omdat de discussie een duidelijke technische component heeft, vindt het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA het belangrijk om er een bijdrage aan te leveren.
Het beschreven debat vond plaats op woensdag 25 januari aan de NHTV Breda. Er schoven zo’n twintig studenten aan, enkele docenten van de afdeling Verkeerskunde en ir. Jan Ploeger van de afdeling Verkeer en Vervoer van KIVI NIRIA. De discussie werd geleid door ing. Arno Hermans, marketingcoördinator van KIVI NIRIA en oud-student van de NHTV.