DSM gebruikt oneetbaar maïsafval
Chemische technologie
Chemiebedrijf bouwt fabrieken voor bio-ethanol
maandag 30 januari 2012
DSM gaat samen met het Amerikaanse bedrijf POET fabrieken bouwen voor het omzetten van plantaardige resten in bio-ethanol. Het gaat hierbij om plantenresten die niet eetbaar zijn.De grondstof voor het proces bestaat uit de plantresten die overblijven van maïsplanten nadat ze zijn geoogst, zoals bladeren, stengels en enkele kolven. Dat materiaal bestaat voor een aanzienlijk deel uit lignocellulose. Enzymen van DSM worden aan het afval toegevoegd en zetten het om in suikers, die vervolgens fermenteren tot ethanol.
Het Nederlandse chemiebedrijf start samen met POET de joint venture POET-DSM Advanced Biofuels – elk 50 % – voor het op commerciële schaal demonstreren van de technologie.
De eerste fabriek in dit project Liberty komt te staan in de Amerikaanse staat Iowa, die zwaar leunt op de landbouw. Hier moet op termijn 95 miljoen liter bio-ethanol per jaar worden geproduceerd.
POET, een van de grootste producenten van ethanol in de Verenigde Staten, gebruikt al veel langer maïs als grondstof voor brandstoffen. Dat proces concurreert echter met de voedselvoorziening voor dier en mens.
De eerste investering van de joint venture bedraagt 250 miljoen dollar (190 miljoen euro). Wanneer de partners de technologie helemaal onder de knie hebben, willen ze deze ook in licentie aan derden gaan aanbieden.
Lees verder in het persbericht van DSM (link).